Rekenhulpen

Snel inzicht in je financiële vraag? Hieronder vind je een groot aantal financiële rekenhulpen!

Rekenhulpen - Particulier

 

De Vereniging Eigen Huis waarschuwde dat de meeste woningen in Nederland onderverzekerd zijn bij brand. Velen zijn onderverzekerd omdat de herbouwwaarde (het verzekerde bedrag) bij uw opstalverzekering te laag is.

Soms is de herbouwwaarde oorspronkelijk te laag geschat, maar vaak is deze (ook) door de jaren heen achtergebleven is bij de werkelijke waarde. Dit komt vooral omdat de verzekeraars de herbouwwaarde te weinig hebben geïndexeerd. Hoe dan ook, u bent verantwoordelijk voor bewaking van de waarde en u bent de sigaar bij brand, of andere rampen.

De herbouwwaarde is het bedrag dat u nodig heeft om uw woning – als deze totaal verloren zou gaan – weer op te bouwen in dezelfde staat. Het Verbond van Verzekeraars heeft gedefinieerd hoe deze (globaal) te berekenen is. Wij volgen deze "officiële" methode; deze berekening is geldig t/m 31 december.

Met onderstaande berekening kunt u berekenen wat de herbouwwaarde van uw woning op dit moment is. NB:De berekening is niet geschikt voor historische, monumentale, zeer luxe en/of grote bungalows, villa's, landhuizen, monumentale herenhuizen en grote zakelijke objecten. Dat is specialistenwerk.

Handige downloads:

Hoeveel schenkbelasting moet de ontvanger betalen als u geld gaat schenken?

Met onderstaande berekening kunt u zelf berekenen hoe hoog de schenkbelasting is als u geld wilt schenken, en wat er dan netto overblijft van uw schenking.

 

Wilt u nagaan hoeveel belasting u moet betalen over (uw deel van) een erfenis?

Gebruik dan deze rekenhulp.

Vrijstelling

Tot een bepaald bedrag krijgt u vrijstelling. Dit betekent dat u tot dat bedrag geen erfbelasting betaalt.

Pensioen en vrijstelling

Als u een pensioen krijgt, trekken wij in bepaalde gevallen de huidige waarde in geld van dit pensioen af van de vrijstelling. Hiermee houdt de rekenhulp geen rekening. De rekenhulp gaat altijd uit van de maximale vrijstelling.

 

 

Als een motorrijtuig (personenauto, bestelauto, vrachtauto, motorrijwiel of autobus) op uw naam staat, moet u motorrijtuigenbelasting betalen.

Hoeveel motorrijtuigenbelasting u moet betalen, hangt af van een aantal factoren. Wilt u berekenen hoeveel motorrijtuigenbelasting u moet betalen, dan kunt u gebruikmaken van de rekenhulp voor motorrijtuigenbelasting. Hoe hoog de motorrijtuigenbelasting is voor uw vrachtauto, kunt u opzoeken in de tabel voor motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto's.

 

 

Veel zorgkosten zijn boven een bepaalde drempel aftrekbaar, tenzij ze gedekt zijn door de zorgverzekering of onder het eigen risico daarvan vallen. Vanaf 2020 wordt het maximale aftrektarief voor bijna alle aftrekposten gelijkgetrokken. Dit heeft ook gevolgen voor de zorgkostenaftrek.

Belastbaar inkomen van € 20.400,00 tot € 68.500,00

In 2019 krijg je te maken met een daling van het belastingtarief. Aangezien het aftrekpercentage voor zorgkosten gelijk is aan het belastingtarief over de top van het inkomen, wordt de aftrek dus minder. Het maximale belastingtarief gaat met 2,75 procentpunt omlaag van 40,85% in 2018 naar 38,1% in 2019. Vanaf 2019 is de aftrekpost daarom nog maar 38,1% 'waard'. Dat is per € 1000,00 aftrek bijna € 28,00 minder.

Belastbaar inkomen hoger dan € 68.500,00

Bij een inkomen hoger dan € 68.500,00 is de aftrek in 2019 maximaal 51,75%. In 2020 wordt de aftrek voor bijna alle aftrekposten beperkt tot 46%, terwijl de fiscus nog wel 50,5% belasting heft over de top van het inkomen. Het aftrektarief gaat in de jaren daarna verder omlaag naar uiteindelijk 37%.

Wie aan een goed doel geeft, krijgt soms een fors belastingvoordeel via de aangifte inkomstenbelasting. De giftenaftrek daalt de komende jaren voor consumenten met een belastbaar jaarinkomen boven de € 20.400,00. 

Belastbaar inkomen van € 20.400,00 tot € 68.500,00

Deze inkomensgroep krijgt in 2019 te maken met een daling van het belastingtarief. Het aftrekpercentage voor een aftrekbare gift is gelijk aan het belastingtarief dat je betaalt over de top van je inkomen. De aftrek voor giften wordt dus ook minder. Het maximale belastingtarief gaat omlaag met 2,75 procentpunt van 40,85% in 2018 naar 38,1% in 2019. Vanaf 2019 is de giftenaftrek daarom ook nog maar 38,1%.

Belastbaar inkomen hoger dan € 68.500,00

De maximale giftenaftrek daalt de komende vijf jaar in totaal met 15 procentpunt. Dat gaat in stappen. De daling in 2019 houdt gelijke tred met de verlaging van het inkomstenbelastingtarief. De aftrek daalt daardoor van 51,95% in 2018 naar 51,75% in 2019 voor een belastbaar inkomen vanaf €68.500. Vanaf 2020 wordt het aftrektarief losgekoppeld van het belastingtarief. Het belastingpercentage is dan 50,5 en een jaar later 49,5, terwijl de maximale giftenaftrek steeds verder afneemt. De aftrek gaat uiteindelijk naar 37%. Het uiteenlopen van het belastingtarief en het aftrekpercentage kennen we sinds een paar jaar ook al van de hypotheekrenteaftrek.

Toekomst van de aftrek

Het is nog maar de vraag of de giftenaftrek de komende jaren in de huidige vorm blijft bestaan. In april 2018 opperde de staatssecretaris van Financiën om de periodieke giftenaftrek te beperken door een plafond voor het aftrekbare bedrag in te voeren.

Rekenhulpen - Leven & Overlijden (Uitvaart)

Wilt u nagaan hoeveel belasting u moet betalen over (uw deel van) een erfenis?

Gebruik dan deze rekenhulp.

Vrijstelling

Tot een bepaald bedrag krijgt u vrijstelling. Dit betekent dat u tot dat bedrag geen erfbelasting betaalt.

Pensioen en vrijstelling

Als u een pensioen krijgt, trekken wij in bepaalde gevallen de huidige waarde in geld van dit pensioen af van de vrijstelling. Hiermee houdt de rekenhulp geen rekening. De rekenhulp gaat altijd uit van de maximale vrijstelling.

 

 

Rekenhulpen - Sparen, Vermogen & Lenen

Hoeveel schenkbelasting moet de ontvanger betalen als u geld gaat schenken?

Met onderstaande berekening kunt u zelf berekenen hoe hoog de schenkbelasting is als u geld wilt schenken, en wat er dan netto overblijft van uw schenking.

 

Rekenhulpen - Werk & Inkomen

De zorgtoeslag is onderdeel van de veranderingen in het zorgstelsel per 1 januari 2006.

Iedereen die in Nederland woont, moet dan een zorgverzekering hebben. En ook iedereen die in het buitenland woont maar in Nederland werkt. Deze zorgverzekering komt in de plaats van de ziekenfondsverzekering en de particuliere verzekering. De overheid stelt een pakket samen dat ongeveer hetzelfde is als het huidige ziekenfondspakket, dit is de zogenaamde basisverzekering.

Verzekeraars kunnen op verschillende manieren invulling geven aan dit wettelijk vastgelegde pakket. Verzekeraars moeten iedere verzekeringsplichtige die zich aanmeldt voor de basisverzekering, accepteren. Uw gezondheidstoestand speelt geen rol. Verzekerden bij een bepaalde zorgverzekeraar betalen allen dezelfde nominale premie voor dezelfde polisvorm. De premie kan wel verschillen per zorgverzekeraar en per polisvorm. Dus de ene verzekeraar kan dus duurder zijn dan de andere verzekeraar. Naast de basisverzekering kunt u zich aanvullend verzekeren voor de risico's die u zelf belangrijk vindt.

De zorgverzekering is verplicht voor iedereen. Als u aan bepaalde voorwaarden voldoet, kunt u een maandelijkse tegemoetkoming krijgen in de kosten van de nominale premie, de zorgtoeslag. De hoogte van de zorgtoeslag is afhankelijk van uw inkomen en dat van uw eventuele partner. Met een lager gezinsinkomen, krijgt u meer zorgtoeslag. De proef-berekening zorgtoeslag is alleen geschikt als u 18 jaar of ouder bent. Ook moeten u en uw eventuele toeslagpartner of medebewoners een Nederlandse zorgverzekering hebben. Dat is bijvoorbeeld al het geval als u in Nederland werkt. Als u een partner of andere medebewoner heeft, krijgt u ook vragen over hem of haar.

 

Hebt u kinderen? U kunt misschien kindgebonden budget krijgen.

Dit is een bijdrage in de kosten voor uw kinderen tot 18 jaar. Die krijgt u naast de kinderbijslag. Hoe hoog de toeslag is, hangt af van uw inkomen, hoeveel kinderen u hebt en hun leeftijd. Is uw vermogen te hoog? Dan krijgt u geen kindgebonden budget.

Om kindgebonden budget te krijgen, moeten u en uw eventuele toeslagpartner aan bepaalde voorwaarden voldoen. Dit zijn:

  • U heeft 1 of meer kinderen die jonger zijn dan 18 jaar.
  • U of de andere ouder krijgt kinderbijslag. Is uw kind 16 of 17 jaar en krijgt u of de andere ouder geen kinderbijslag voor uw kind? Dan kunt u soms toch kindgebonden budget krijgen.
  • Het gezamenlijke inkomen van uzelf en uw eventuele partner is niet te hoog. Het hangt van het aantal kinderen af welke inkomensgrens voor u geldt. 
  • U heeft de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfsvergunning.
  • Uw (gezamenlijke) vermogen (zoals spaargeld of beleggingen) is niet te hoog. Hoeveel vermogen u per persoon mag hebben om kindgebonden budget te krijgen kunt u nakijken op de website van de Belastingdienst.

 

 

Bereken de mogelijke huurtoeslag

Iedereen in Nederland heeft recht op een goede en betaalbare woning. Met de huurtoeslag (voorheen huursubsidie) kunt u in een passende woonruimte wonen, dat wil zeggen: niet duurder dan nodig is en passend bij uw situatie.

Huurtoeslag vraagt u aan voor uzelf en voor uw eventuele partner en medebewoners. Wilt u weten of u huurtoeslag kunt krijgen en hoeveel? Dan kunt u een proef-berekening maken.

De proef-berekening huurtoeslag is alleen geschikt als u 18 jaar of ouder bent. Als er in uw huishouding voor de inkomstenbelasting sprake is van voordeel uit sparen en beleggen, komt u niet in aanmerking voor huurtoeslag.

Dit voordeel uit sparen en beleggen kan van uzelf als aanvrager van huurtoeslag zijn, van uw toeslagpartner en van uw medebewoner(s). U heeft geen voordeel uit sparen en beleggen als uw vermogen beneden het heffingsvrije vermogen blijft. Als u een partner of andere medebewoner heeft, krijgt u ook vragen over hem of haar.

 

 

 

 

Bereken uw kinderopvangtoeslag

Gaan uw kinderen naar de kinderopvang? Dan heeft u mogelijk recht op een bijdrage in de kosten van kinderopvang, de zogenaamde kinderopvangtoeslag (voorheen: tegemoetkoming kinderopvang).

U kunt de kinderopvangtoeslag aanvragen bij de Belastingdienst. De kinderopvangtoeslag is geregeld in de Wet kinderopvang, die op 1 januari 2005 is ingegaan. Deze wet heeft als doel ervoor te zorgen dat kinderopvang voor iedereen op dezelfde manier geregeld wordt. De wet regelt dat ouders, werkgevers en rijksoverheid de kosten voor kinderopvang samen betalen.

De hoogte van de kinderopvangtoeslag is onder andere afhankelijk van uw inkomen en dat van uw eventuele (toeslag)partner. Uw werkgever en die van uw toeslagpartner mogen samen maximaal 1/3 van de totale kosten van kinderopvang belastingvrij vergoeden. Zij zijn echter niet verplicht om mee te betalen aan de kosten van kinderopvang.

Krijgt u van uw werkgever(s) niets of niet het volledige 1/3 deel van de kosten vergoed? Dan kunt u in aanmerking komen voor een extra toeslag van de overheid. De belastingdienst betaalt u dan, onder andere afhankelijk van uw inkomen, een bepaald percentage over het bedrag dat uw werkgever te weinig betaalt (of dat beide werkgevers te weinig betalen).

U kunt alleen kinderopvangtoeslag krijgen voor kinderen waarvoor u geregistreerde opvang heeft, zoals: een crèche; buitenschoolse opvang; gastouderopvang. Een peuterspeelzaal of oppas thuis valt hier niet onder. Als u niet weet of uw opvangorganisatie is geregistreerd, vraag dit dan na bij uw opvangorganisatie.

NB: De kinderopvangtoeslag berekening is niet geschikt voor meer dan vier kinderen of als u (of uw partner) een inkomen heeft uit het buitenland.

 

 

Woont u in Nederland? Of woont u buiten Nederland, maar hebt u inkomsten in of vanuit Nederland?

Dan kunt u gebruikmaken van bepaalde fiscale mogelijkheden, zoals heffingskortingen.

Met de rekentool 'Uw persoonlijke situatie en inkomstenbelasting' gaat u na:

  • of u een fiscale partner hebt
  • welke heffingskortingen u kunt krijgen
  • welke heffingskortingen uw eventuele fiscale partner kan krijgen

 

 

Uitgaven voor een opleiding waarmee je de vakkennis voor je huidige beroep op peil houdt, zijn onder voorwaarden aftrekbaar in de aangifte inkomstenbelasting. Dat geldt ook voor uitgaven voor een opleiding om een nieuw beroep te leren. De aftrekpost voor scholingskosten blijft ook in 2019 nog bestaan, maar wordt omgezet in een subsidieregeling.

Belastbaar inkomen van € 20.400,00 tot € 68.500,00

Deze inkomensgroep krijgt in 2019 te maken met een daling van het belastingtarief. Aangezien het aftrekpercentage voor studiekosten gelijk is aan het belastingtarief over de top van het inkomen, wordt de aftrek dus minder. Het maximale belastingtarief gaat met 2,75 procentpunt omlaag van 40,85% in 2018 naar 38,1% in 2019. Vanaf 2019 is de aftrekpost daarom nog maar 38,1% 'waard'. Dat is per € 1000,00 aftrek bijna € 28,00 minder.

Belastbaar inkomen hoger dan € 68.500,00

Bij een inkomen hoger dan € 68.500 is de aftrek in 2019 maximaal 51,75%. Dat is 0,20 procentpunt minder dan in 2018 (51,95%).

Toekomst van de aftrek

In 2020 wordt de aftrek voor scholingsuitgaven vervangen door een ‘individuele leerrekening’. Zoals het er nu uitziet, is de nieuwe subsidieregeling vooral bestemd voor doelgroepen die kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt en minder snel geneigd zijn om scholing te volgen. De definitieve uitwerking is nog niet bekend.

Rekenhulpen - Oudedagsvoorziening

Hebt u in een jaar premies betaald of stortingen gedaan voor lijfrente?

Met deze rekenhulp berekent u hoeveel betaalde lijfrentepremies en inleg u maximaal mag aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting. 

Houd bij het invullen een aantal documenten bij de hand. Dit zijn documenten over het jaar voorafgaand aan het jaar van aangifte. Doet u bijvoorbeeld aangifte over 2015? Houd dan de gegevens van 2014 bij de hand.

Om uw jaarruimte te berekenen, hebt u de volgende gegevens nodig: uw aangifteformulier of een afdruk van uw digitale aangifte uw inkomensgegevens als u in loondienst was of zelf vrijwillig pensioenpremies betaalde: de opgaaf van uw pensioenaangroei die u van het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar hebt gekregen.

Wilt u ook uw reserveringsruimte berekenen? (Dit is het niet-benutte deel van de jaarruimtes voor de lijfrentepremieaftrek uit de afgelopen 7 jaar, dat u alsnog geheel of gedeeltelijk kunt gebruiken als u meer premie in aftrek wilt brengen dan u aan jaarruimte hebt.) Dan hebt u ook de gegevens nodig over uw inkomen en uw eventuele pensioenopbouw in de afgelopen 8 jaar.

 

 

Met deze rekenhulp rekent u uit of u minder revisierente kunt betalen.

Normaal gesproken betaalt u 20% van de waarde in het economisch verkeer van een lijfrenteverzekering of van het tegoed van een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht.

Is de uitkomst van de berekening lager dan 20% van de waarde in het economisch verkeer? Dan geldt voor u het lagere bedrag.

 

 

Per 1 januari 2019 vervallen heel kleine pensioenen

Vanaf 1 januari 2019 vervallen heel kleine pensioenen. Dit zijn pensioenen van € 2 of minder bruto per jaar. Dat mag op grond van nieuwe regels omdat de administratiekosten voor deze heel kleine pensioenen erg hoog zijn.

Koolmees wil meer vrouwen en jongeren in pensioenbesturen

Minister Koolmees van SZW wil dat er meer vrouwen en jongeren zitting krijgen in de besturen van pensioenfondsen. Dit schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer over diverse pensioenonderwerpen.

Pensioenoverzicht gaat ook mee- en tegenvallers tonen

Iedereen die pensioen opbouwt, krijgt vanaf volgend jaar september beter inzicht in de hoogte van de pensioenuitbetaling die hij of zij later kan verwachten. Op mijnpensioenoverzicht.nl worden drie verschillende bedragen toegevoegd; deze zijn bereke...

Internetconsultatie wetsvoorstel Verzamelwet Pensioenen 2019

Op internet is het concept van het wetsvoorstel Verzamelwet Pensioenen 2019 gepubliceerd.

Betere bescherming bij pensioen van buitenlands fonds

Er komt meer bescherming voor mensen die in Nederland pensioen hebben opgebouwd, maar hun pensioen ontvangen van een buitenlandse pensioenuitvoerder. Dit kan voorkomen bij mensen die in dienst waren bij een multinational.

Rekenhulpen - Hypotheek

Actuele hypotheekrente - Bron: Homefinance

Als u een hypotheek afsluit doet u dat voor een kortere of langere tijd. Een van de belangrijkste factoren voor uw netto woonlasten is de hoogte van de rente. Maar op het moment dat u uw hypotheek afsluit weten u noch wij wat de rente in de komende 10, 20 of 30 jaar gaat doen.

De rente is het prijskaartje van de hypotheeklening en de hoogte ervan is onder meer afhankelijk van:

  • De actuele rentestand en de rente-ontwikkeling op de markt
  • Hypotheeklening versus waarde van uw woning
  • Nieuwbouw of bestaande bouw
  • De wijze waarop u gaat aflossen
  • De duur van de rentevaste periode
  • Het wel of niet kunnen krijgen van de Nationale Hypotheek Garantie

De belangrijkste vraag die u uzelf moet stellen: hoeveel risico wil ik lopen met een bepaalde rentevariant. Goemans MAKELAARS IN ASSURANTIËN BV maakt het u duidelijk!

Onderstaand vindt u de actuele renteoverzichten met de 10 scherpste aanbiedingen. In veel gevallen kan een nóg scherpere rente worden aangeboden. Het loont dus altijd de moeite om bij ons kantoor te informeren.

 

 

De bijleenregeling geldt als u uw huis verkoopt, en u geld overhoudt nadat u de eigenwoningschuld hebt afgelost. Er is dan sprake van overwaarde. Met de Rekenhulp Bijleenregeling ziet u wat in uw situatie de fiscale gevolgen zijn.

 

 

Op 1 januari 2013 zijn de regels voor de renteaftrek van de eigenwoningschuld (hypotheekrenteaftrek) veranderd.

U mag voor nieuwe leningen alleen rente aftrekken als u de lening maandelijks aflost. Had u op of voor 31 december 2012 een bestaande eigenwoningschuld? Dan hoeft u dit bedrag niet verplicht af te lossen om renteaftrek te krijgen.

Hebt u een lening die u niet annuïtair aflost? En wilt u weten of u recht hebt op renteaftrek voor deze lening? Gebruik dan deze rekenhulp om uw eigenwoningschuld op 31 december 2013 vast te stellen.

De rekenhulp berekent het deel van uw eigenwoningschuld dat u niet verplicht hoeft af te lossen om renteaftrek te krijgen.

 

 

Vanaf 2023 moeten alle huiseigenaren genoegen nemen met een hypotheekrenteaftrek van maximaal 37%. Daar staat tegenover dat het eigenwoningforfait in 2023 waarschijnlijk zal zijn verlaagd met 0,25 procentpunt (afhankelijk van de ontwikkeling van de woningprijzen). Hierdoor wordt het aftrekbare deel van de hypotheekrente juist hoger. Het netto-effect hangt af van de hoogte van de hypotheek.

Belastbaar inkomen tot € 20.400,00

Huiseigenaren met een belastbaar inkomen tot € 20.400,00 zien hun hypotheekrenteaftrek vanaf 2019 toenemen met 0,10 procentpunt per jaar. Zij worden zo dus gecompenseerd voor dezelfde stijging van hun belastingtarief (van 36,55% naar 36,65%). 

Belastbaar inkomen van € 20.400,00 tot € 68.500,00

Voor deze inkomensgroep daalt de aftrek volgend jaar met 2,75 procentpunt, omdat het belastingtarief met hetzelfde percentage daalt. Dat gaat naar 38,1%. Wie de AOW-leeftijd heeft bereikt en een inkomen geniet van maximaal € 34.300,00, krijgt door de afname van het tarief met 2,75 procentpunt nog maar 20,2% aftrek.

Belastbaar inkomen van meer dan € 68.500,00

Voor de hoogste inkomens wordt de hypotheekrenteaftrek al sinds 2014 verlaagd. Sinds dat jaar daalt de maximale aftrek jaarlijks met 0,5 procentpunt voor huiseigenaren in het hoogste tarief van 52%. De geleidelijke stapjes van 0,5% maken plaats voor een zes keer zo snelle afbouw in de jaren 2020 tot en met 2023: de aftrek gaat dan jaarlijks met 3 procentpunt omlaag.

Vanaf 2023 blijft het maximale percentage van de hypotheekrenteaftrek op 37. De afbouw geldt niet alleen voor de hypotheekrenteaftrek, maar ook voor andere aftrekbare kosten voor de eigen woning, zoals de kosten van de hypotheekadviseur en erfpachtcanon.

Toekomst van de aftrek

De hypotheekrenteaftrek stamt uit 1893 en viert dit jaar dus zijn 125e verjaardag. Vanaf 2011 is de overheid de aftrek steeds verder gaan beperken, resulterend in een maximumtarief van 37% in 2023. Vanaf 2019 komt er ook een eigenhuistaks voor mensen van wie het eigenwoningforfait hoger is dan de aftrekbare kosten voor de eigen woning.

Door alle wijzigingen zijn de fiscale regels rond de eigen woning inmiddels zo ingewikkeld geworden, dat steeds minder mensen ze kunnen doorgronden. De hulp van een expert zal dus zeker blijven bestaan.